2019 Workshop Kleinschalig heidebeheer

Kleinschalig heidebeheer is een voorwaarde voor het behoud en ontwikkeling van een structuurrijke heidevegetatie, die van grote invloed is op het voorkomen van hei­de gebonden soorten waaronder een rijke insectenfauna. Het beheer bestaat onder meer uit plaggen, bomen verwijderen en zandplekken maken.

 

Bij het kappen van bomen in verboste heide, laat de beheerder mar­kante bomen staan. Van sommige bomen, die verwijderd worden, blijft van het onder­stamdeel 1,5 meter staan. Deze stamdelen hebben een enorme aan­trekkingskracht op insecten. Nadat de stam is doorgraven van de keverlarven, komen hier vervolgens metselbijen en maskerbijen op af. Ook graafwespen en parasiterende wespen zijn veel op deze stamdelen te vin­den. Met kluit en al omgewaaide bomen blijven ongemoeid. Veel bijen, wespen en mieren, die het moeten hebben van rechtopstaande kantjes worden op deze wijze van nestgelegenheid voorzien

 

Plaggen is het uitsteken de zode. Dat kan zijn om vergrassing tegen te gaan, maar ook een monotome hei gevarieerder te maken.

Voor het faunabeheer is een patroon van visgraatplagstroken bedacht.

De plag­banen zijn relatief smal en worden afgewis­seld door banen ongeplagde heide. Vanuit deze banen kan zowel het planten- als die­renleven zich over de geplagde stroken ver­spreiden.   

Het voordeel van deze werkwijze is niet alleen de kleine schaal waarop er geplagd wordt. Door het visgraatmodel ontstaan er lange grenzen tussen geplagde en onge­plagde heide. Deze grenzen zorgen voor veel luwte-, zon- en schaduwzijden. Deze overgangen zijn vooral favoriet bij insecten, amfibieën, reptielen en vogelsoorten.  

 

Naast deze ecologisch verantwoorde be­heerwerkwijze wordt er ook speciaal re­kening gehouden met de aanwezigheid van bijen, wespen en mieren (de zogenaamde aculeaten). Door het  maken van kale plek­ken in geaccidenteerd terrein, zuidhellin­gen of in dichte monotone heidevegetaties. Hierbij wordt  handgereedschap gebruikt, zoals een hak, hark en plagschop. Na één seizoen resulteert dit vaak al tot mooie populaties heidezandbijen en hun koekoeksbijen. Ook maken zandloopkevers massaal gebruik van dit soort kleine kale plekken om hun larven af te zetten.

 

 

 

Waar voorheen in de heide angstvallig de braam bestreden werd –met name langs akkerranden en fietspaden– laten we die nu ongestoord bloeien. Ze vormen zo een prachtige nectarkroeg in een periode dat er leemte is in bloeiende planten. Op de bloem vind je er naast penseelkevers ook rupsendoders en soms zelfs een heidehom­mel

 

Belangrijke stelregel in het beheer is dat er een afwisseling moet zijn.

Hoe meer afwisseling, hoe groter de faunadiversiteit zal zijn